Eind september reden we met de strandbus naar het drenkelingenhuisje op de bosplaat van Terschelling. Stoeltjes in het zand, bruid en bruidegom met de blote voeten in het zand.

Het was ruim 13 jaar daarvoor, dat de Terschellingse bruidegom, op de veerboot richting de vaste wal zat. Hij schreef een briefje, stopte het in een fles en gooide de fles vanaf de veerboot in het water.

Op het vaste land, in het Gooi, woonde de familie van de aanstaande bruid. Zij hadden hun hart hadden verloren aan het mooie eiland, en met regelmaat bezochten ze Terschelling.

Tijdens één van die bezoeken, wandelden zij langs de waddendijk aan de zuidkant, toen de oudste dochter opeens een flesje zag liggen langs de vloedlijn. Ze raapte de fles op en trof daarin een brief van een onbekende jongeman.

Het duurde nog twee jaar voordat er een relatie zou ontstaan, maar het eerste contact werd gelegd.

Toen de familie uit het Gooi  op Terschelling kwam wonen veranderde er iets, en de eerste kus voelt nog alsof het gisteren was. De bruidegom verwoordde: ‘Nog steeds als ik haar omhels komt dat gevoel weer terug, de warmte voor elkaar, we houden elkaar vast in alle opzichten…’

De twee geliefden genieten enorm van het eiland en elkaar. Het strand op, de wind horen, de vrijheid, de rust en de ruimte. Stil naast elkaar op een handdoekje zitten en naar het water kijken.

 

De plek van waar de ceremonie moest plaatsvinden was duidelijk. De ritjes naar deze unieke plek zijn memorabel; De avonden waarop ze met een matras op het dak, bbq waxinelichtjes mee, de avond en soms ook de nacht doorbrachten bij het drenkelingenhuisje. En dat is ook de plek waar zij elkaar trouw beloofden, het afgelopen najaar.

Na de ‘plechtigheid’ werd er Juttersbitter geschonken. Twee vrienden speelden gitaar en zongen een toepasselijk lied. Toen er op dat moment ook nog drie zeehonden zichzelf toonden in de branding, voelde dat als een dubbele bezegeling.  Opnieuw mocht ik een mooi hoofdstuk toevoegen aan mijn ‘Trouwbelevingen’…